Was dit nuttig?
karamelliseren
werkwoord | Taalniveau: B1
Suiker verhitten tot donkerbruine kleur en bitterzoete smaak
Voorbeeldzinnen met het woord karamelliseren
- "Karamelliseer de ui langzaam."
- "Goed gekaramelliseerde ui geeft diepe smaak."
Idiomen
- • suiker karamelliseren op het fornuis
Vervoeging van karamelliseren
| Ik (nu) | ik karamelliseer |
| Hij/zij (nu) | hij/zij karamelliseert |
| Wij (nu) | wij karamelliseren |
| Verleden tijd | karamelliseerde |
| Voltooid deelw. | gekaramelliseerd |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over karamelliseren
- Wat betekent karamelliseren?
- Suiker verhitten tot donkerbruine kleur en bitterzoete smaak
- Op welk taalniveau hoort karamelliseren?
- Het woord karamelliseren hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Hoe vervoeg je karamelliseren in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je karamelliseren als volgt: ik ik karamelliseer, hij/zij hij/zij karamelliseert, wij wij karamelliseren.
- Wat is de verleden tijd van karamelliseren?
- De verleden tijd (enkelvoud) van karamelliseren is: karamelliseerde.
- Wat is het voltooid deelwoord van karamelliseren?
- Het voltooid deelwoord van karamelliseren is: gekaramelliseerd.
- Gebruik je hebben of zijn bij karamelliseren?
- Bij karamelliseren gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij karamelliseren
schuimen
werkwoord
schuim vormen of produceren; ook figuurlijk: razend zijn van…
aanbraden
werkwoord
vlees of vis snel van buitenkant rondom bruin bakken op hoog…
gratineren
werkwoord
Met kaas of broodkruim overbakken in de oven
deovenschotel
zelfstandig naamwoord
een gerecht dat in een vuurvaste schaal in de oven wordt ber…
detaartbodem
zelfstandig naamwoord
de onderkant van een taart gemaakt van deeg of koekjes waaro…
dedeegschrabber
zelfstandig naamwoord
Flexibel gereedschap om deeg schoon te maken
Gerelateerde taaltips
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt
Voorkomen of verkomen? Zo gebruik je het goed
Leer de 3 betekenissen van voorkomen + een handig ezelsbruggetje