Was dit nuttig?
dekaak
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A1
onderdeel van het gezicht waarmee gebeten wordt
Voorbeeldzinnen met het woord kaak
- "Ze heeft pijn aan haar kaak van het tandenknarsen."
- "De kaak is gebroken na het ongeluk."
Synoniemen van kaak
Idiomen
- • kaak los maken
- • op je kaak krijgen
Veelgestelde vragen over kaak
- Wat betekent kaak?
- onderdeel van het gezicht waarmee gebeten wordt
- Op welk taalniveau hoort kaak?
- Het woord kaak hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van kaak?
- Synoniemen van kaak zijn: onderkak.
- Is kaak een de-woord of het-woord?
- Kaak is een de-woord: de kaak.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij kaak
hetoog
zelfstandig naamwoord
Zintuig waarmee je kunt zien
derug
zelfstandig naamwoord
Achterkant van het menselijk lichaam van schouders tot heupe…
detand
zelfstandig naamwoord
Hard wit botje in de mond waarmee je bijt en kauwt
deschouder
zelfstandig naamwoord
gewricht tussen arm en romp
dekop
zelfstandig naamwoord
Hoofd (informeler).
deknie
zelfstandig naamwoord
Gewricht in het midden van het been waarmee je het been buig…