Was dit nuttig?
dejurk
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A1 | Verkleinwoord: het het jurkje
Kledingstuk voor vrouwen of meisjes dat het bovenlichaam en de benen bedekt in één geheel
Voorbeeldzinnen met het woord jurk
- "Ze draagt een mooie jurk op het feest."
- "De jurk is rood met witte stippen."
- "Ze heeft een zomerjurk aan."
Idiomen
- • Op zijn paasbest gekleed zijn.
- • Zijn mooiste kleren aantrekken.
Veelgestelde vragen over jurk
- Wat betekent jurk?
- Kledingstuk voor vrouwen of meisjes dat het bovenlichaam en de benen bedekt in één geheel
- Op welk taalniveau hoort jurk?
- Het woord jurk hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van jurk?
- Synoniemen van jurk zijn: japon, kleed.
- Is jurk een de-woord of het-woord?
- Jurk is een de-woord: de jurk.
- Wat is het verkleinwoord van jurk?
- Het verkleinwoord van jurk is: het het jurkje.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij jurk
hetkostuum
zelfstandig naamwoord
pak bestaande uit broek en jasje
demantel
zelfstandig naamwoord
lange jas voor dames
demouw
zelfstandig naamwoord
armgedeelte van een kledingstuk
dejas
zelfstandig naamwoord
Zwaar bovenkleding dat je draagt als het koud of nat is
dejeans
zelfstandig naamwoord
broek gemaakt van spijkerstof (denim)
hetboord
zelfstandig naamwoord
de rand van een kledingstuk rondom de hals of mouw