Was dit nuttig?
hethorloge
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A1 | Verkleinwoord: het horlogetje
een klein uurwerk dat aan de pols wordt gedragen of in de zak wordt meegedragen
Voorbeeldzinnen met het woord horloge
- "Hij keek op zijn horloge en zag dat hij te laat was."
- "Een luxe horloge kan meer dan een statussymbool zijn; het is ook een investering."
Synoniemen van horloge
Idiomen
- • op je horloge kijken (signaleren dat je het gesprek wilt beëindigen)
Veelgestelde vragen over horloge
- Wat betekent horloge?
- een klein uurwerk dat aan de pols wordt gedragen of in de zak wordt meegedragen
- Op welk taalniveau hoort horloge?
- Het woord horloge hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van horloge?
- Synoniemen van horloge zijn: polshorloge, tijdmeter.
- Is horloge een de-woord of het-woord?
- Horloge is een het-woord: het horloge.
- Wat is het verkleinwoord van horloge?
- Het verkleinwoord van horloge is: het horlogetje.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij horloge
hetkostuum
zelfstandig naamwoord
pak bestaande uit broek en jasje
demantel
zelfstandig naamwoord
lange jas voor dames
demouw
zelfstandig naamwoord
armgedeelte van een kledingstuk
hetboord
zelfstandig naamwoord
de rand van een kledingstuk rondom de hals of mouw
dejas
zelfstandig naamwoord
Zwaar bovenkleding dat je draagt als het koud of nat is
dejeans
zelfstandig naamwoord
broek gemaakt van spijkerstof (denim)