Was dit nuttig?
hertrouwen
werkwoord | Taalniveau: B1
een tweede huwelijk aangaan na scheiding of overlijden
Voorbeeldzinnen met het woord hertrouwen
- "Ze hertrouwde drie jaar na de scheiding."
- "Hij hertrouwde met een jongere vrouw."
Idiomen
- • opnieuw trouwen na een scheiding
Vervoeging van hertrouwen
| Ik (nu) | hertrouw |
| Hij/zij (nu) | hertrouwt |
| Wij (nu) | hertrouwen |
| Verleden tijd | hertrouwde |
| Voltooid deelw. | hertrouwd |
| Hulpwerkwoord | zijn |
Veelgestelde vragen over hertrouwen
- Wat betekent hertrouwen?
- een tweede huwelijk aangaan na scheiding of overlijden
- Op welk taalniveau hoort hertrouwen?
- Het woord hertrouwen hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Hoe vervoeg je hertrouwen in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je hertrouwen als volgt: ik hertrouw, hij/zij hertrouwt, wij hertrouwen.
- Wat is de verleden tijd van hertrouwen?
- De verleden tijd (enkelvoud) van hertrouwen is: hertrouwde.
- Wat is het voltooid deelwoord van hertrouwen?
- Het voltooid deelwoord van hertrouwen is: hertrouwd.
- Gebruik je hebben of zijn bij hertrouwen?
- Bij hertrouwen gebruik je het hulpwerkwoord "zijn".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij hertrouwen
hetkind
zelfstandig naamwoord
Jong persoon; ook: de zoon of dochter van iemand
deoma
zelfstandig naamwoord
De moeder van je vader of moeder; grootmoeder
detante
zelfstandig naamwoord
De zus van je vader of moeder
debaby
zelfstandig naamwoord
Heel jong kind dat nog niet kan lopen of praten
degrootmoeder
zelfstandig naamwoord
moeder van je vader of moeder
hetgezin
zelfstandig naamwoord
Een groep van ouders en kinderen die samen wonen
Gerelateerde taaltips
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt
Voorkomen of verkomen? Zo gebruik je het goed
Leer de 3 betekenissen van voorkomen + een handig ezelsbruggetje