Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    dehalftime

    zelfstandig naamwoord | Taalniveau: B1

    het midden van een wedstrijd, de rustpauze

    Voorbeeldzinnen met het woord halftime

    • "Bij halftime wisselt de coach twee spelers."
    • "Na halftime speelt het team een stuk beter."

    Synoniemen van halftime

    Veelgestelde vragen over halftime

    Wat betekent halftime?
    het midden van een wedstrijd, de rustpauze
    Op welk taalniveau hoort halftime?
    Het woord halftime hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van halftime?
    Synoniemen van halftime zijn: rust, pauze.
    Is halftime een de-woord of het-woord?
    Halftime is een de-woord: de halftime.

    Delen

    Bladeren op letter