Was dit nuttig?
dehalftime
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: B1
het midden van een wedstrijd, de rustpauze
Voorbeeldzinnen met het woord halftime
- "Bij halftime wisselt de coach twee spelers."
- "Na halftime speelt het team een stuk beter."
Veelgestelde vragen over halftime
- Wat betekent halftime?
- het midden van een wedstrijd, de rustpauze
- Op welk taalniveau hoort halftime?
- Het woord halftime hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van halftime?
- Synoniemen van halftime zijn: rust, pauze.
- Is halftime een de-woord of het-woord?
- Halftime is een de-woord: de halftime.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij halftime
dedegen
zelfstandig naamwoord
een smal, puntig zwaard gebruikt bij de schermkampioenschapp…
dewedstrijd
zelfstandig naamwoord
georganiseerde competitie waarbij deelnemers strijden om de …
hetwielrennen
zelfstandig naamwoord
competitief fietsen op weg of parcours
deestafette
zelfstandig naamwoord
wedstrijd waarbij een team van meerdere atleten om beurt ren…
deloopband
zelfstandig naamwoord
apparaat voor binnenshuis hardlopen op een bewegend band
deambitie
zelfstandig naamwoord
een sterke wens om iets te bereiken
Gerelateerde taaltips
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt
Voorkomen of verkomen? Zo gebruik je het goed
Leer de 3 betekenissen van voorkomen + een handig ezelsbruggetje