Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    dehalftijd

    zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A2

    de pauze in het midden van een wedstrijd

    Voorbeeldzinnen met het woord halftijd

    • "Bij halftijd stond het 1-0 voor de thuisploeg."
    • "De trainer gaf instructies tijdens de halftijd."

    Synoniemen van halftijd

    Veelgestelde vragen over halftijd

    Wat betekent halftijd?
    de pauze in het midden van een wedstrijd
    Op welk taalniveau hoort halftijd?
    Het woord halftijd hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van halftijd?
    Synoniemen van halftijd zijn: rust, pauze.
    Is halftijd een de-woord of het-woord?
    Halftijd is een de-woord: de halftijd.

    Delen

    Bladeren op letter