Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    glaceren

    werkwoord | Taalniveau: B1

    Met een glanzende glazuur overtrekken

    Voorbeeldzinnen met het woord glaceren

    • "Glaceer de taart met chocolade."
    • "Deze vruchten worden geglaceerd voor een glanzend oppervlak."

    Idiomen

    • • een taart glaceren met suikerglazuur

    Vervoeging van glaceren

    Ik (nu) ik glaceer
    Hij/zij (nu) hij/zij glaceert
    Wij (nu) wij glaceren
    Verleden tijd glaceede
    Voltooid deelw. geglaceerd
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over glaceren

    Wat betekent glaceren?
    Met een glanzende glazuur overtrekken
    Op welk taalniveau hoort glaceren?
    Het woord glaceren hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Hoe vervoeg je glaceren in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je glaceren als volgt: ik ik glaceer, hij/zij hij/zij glaceert, wij wij glaceren.
    Wat is de verleden tijd van glaceren?
    De verleden tijd (enkelvoud) van glaceren is: glaceede.
    Wat is het voltooid deelwoord van glaceren?
    Het voltooid deelwoord van glaceren is: geglaceerd.
    Gebruik je hebben of zijn bij glaceren?
    Bij glaceren gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter