Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    hetfamiliehuis

    zelfstandig naamwoord | Taalniveau: B1

    woning die van oudsher in een familie is

    Voorbeeldzinnen met het woord familiehuis

    • "Ze erfde het familiehuis."
    • "Het familiehuis staat al honderd jaar."

    Synoniemen van familiehuis

    Veelgestelde vragen over familiehuis

    Wat betekent familiehuis?
    woning die van oudsher in een familie is
    Op welk taalniveau hoort familiehuis?
    Het woord familiehuis hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van familiehuis?
    Synoniemen van familiehuis zijn: stamhuis.
    Is familiehuis een de-woord of het-woord?
    Familiehuis is een het-woord: het familiehuis.

    Delen

    Bladeren op letter