Was dit nuttig?
hetfamiliehuis
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: B1
woning die van oudsher in een familie is
Voorbeeldzinnen met het woord familiehuis
- "Ze erfde het familiehuis."
- "Het familiehuis staat al honderd jaar."
Synoniemen van familiehuis
Veelgestelde vragen over familiehuis
- Wat betekent familiehuis?
- woning die van oudsher in een familie is
- Op welk taalniveau hoort familiehuis?
- Het woord familiehuis hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van familiehuis?
- Synoniemen van familiehuis zijn: stamhuis.
- Is familiehuis een de-woord of het-woord?
- Familiehuis is een het-woord: het familiehuis.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij familiehuis
hetkind
zelfstandig naamwoord
Jong persoon; ook: de zoon of dochter van iemand
deoma
zelfstandig naamwoord
De moeder van je vader of moeder; grootmoeder
detante
zelfstandig naamwoord
De zus van je vader of moeder
debaby
zelfstandig naamwoord
Heel jong kind dat nog niet kan lopen of praten
degrootmoeder
zelfstandig naamwoord
moeder van je vader of moeder
hetgezin
zelfstandig naamwoord
Een groep van ouders en kinderen die samen wonen
Gerelateerde taaltips
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt
Voorkomen of verkomen? Zo gebruik je het goed
Leer de 3 betekenissen van voorkomen + een handig ezelsbruggetje