Was dit nuttig?
deechtgenoot
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A2 | Verkleinwoord: het het echtgenootje
de man met wie iemand getrouwd is
Voorbeeldzinnen met het woord echtgenoot
- "Ze stelde haar echtgenoot voor aan de gasten."
- "Haar echtgenoot is piloot."
Idiomen
- • Een trouwe echtgenoot zijn
Veelgestelde vragen over echtgenoot
- Wat betekent echtgenoot?
- de man met wie iemand getrouwd is
- Op welk taalniveau hoort echtgenoot?
- Het woord echtgenoot hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van echtgenoot?
- Synoniemen van echtgenoot zijn: man, partner.
- Is echtgenoot een de-woord of het-woord?
- Echtgenoot is een de-woord: de echtgenoot.
- Wat is het verkleinwoord van echtgenoot?
- Het verkleinwoord van echtgenoot is: het het echtgenootje.