Was dit nuttig?
deechtgenoot
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A2 | Verkleinwoord: het het echtgenootje
de man met wie iemand getrouwd is
Voorbeeldzinnen met het woord echtgenoot
- "Ze stelde haar echtgenoot voor aan de gasten."
- "Haar echtgenoot is piloot."
Idiomen
- • Een trouwe echtgenoot zijn
Veelgestelde vragen over echtgenoot
- Wat betekent echtgenoot?
- de man met wie iemand getrouwd is
- Op welk taalniveau hoort echtgenoot?
- Het woord echtgenoot hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van echtgenoot?
- Synoniemen van echtgenoot zijn: man, partner.
- Is echtgenoot een de-woord of het-woord?
- Echtgenoot is een de-woord: de echtgenoot.
- Wat is het verkleinwoord van echtgenoot?
- Het verkleinwoord van echtgenoot is: het het echtgenootje.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij echtgenoot
hetkind
zelfstandig naamwoord
Jong persoon; ook: de zoon of dochter van iemand
deoma
zelfstandig naamwoord
De moeder van je vader of moeder; grootmoeder
detante
zelfstandig naamwoord
De zus van je vader of moeder
debaby
zelfstandig naamwoord
Heel jong kind dat nog niet kan lopen of praten
degrootmoeder
zelfstandig naamwoord
moeder van je vader of moeder
hetgezin
zelfstandig naamwoord
Een groep van ouders en kinderen die samen wonen
Gerelateerde taaltips
Je kunt of je kan: wat is correct?
Beide vormen zijn goed, maar er is een belangrijk verschil
Me of mijn: wat is het verschil en wat is correct?
Twijfel je tussen ‘me’ en ‘mijn’? Zo gebruik je ze op de juiste manier.
100 basiswoorden Nederlands voor beginners
De belangrijkste woorden om te leren, per categorie met voorbeeldzinnen