Was dit nuttig?
drogen
werkwoord | Taalniveau: A1
droog maken of worden
Voorbeeldzinnen met het woord drogen
- "Ze droogde haar haar."
- "Hij droogde de borden na het afwassen."
Idiomen
- • zijn tranen drogen
Vervoeging van drogen
| Ik (nu) | droog |
| Hij/zij (nu) | droogt |
| Wij (nu) | drogen |
| Verleden tijd | droogde |
| Voltooid deelw. | gedroogd |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over drogen
- Wat betekent drogen?
- droog maken of worden
- Op welk taalniveau hoort drogen?
- Het woord drogen hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van drogen?
- Synoniemen van drogen zijn: afdrogen, drogen.
- Hoe vervoeg je drogen in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je drogen als volgt: ik droog, hij/zij droogt, wij drogen.
- Wat is de verleden tijd van drogen?
- De verleden tijd (enkelvoud) van drogen is: droogde.
- Wat is het voltooid deelwoord van drogen?
- Het voltooid deelwoord van drogen is: gedroogd.
- Gebruik je hebben of zijn bij drogen?
- Bij drogen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij drogen
lopen
werkwoord
Je voeten gebruiken om je voort te bewegen
slapen
werkwoord
Je ogen dicht doen en rusten meestal in bed
wandelen
werkwoord
Rustig lopen voor ontspanning.
deels
bijwoord
voor een gedeelte; niet volledig maar ook niet geheel afwezi…
deklomp
zelfstandig naamwoord
een schoen gemaakt van hout, traditioneel in Nederland
hetteken
zelfstandig naamwoord
iets wat wijst op of verwijst naar iets anders