Was dit nuttig?
doorstromen
werkwoord | Taalniveau: B1
van de ene klas, school of onderwijssoort overgaan naar de volgende
Voorbeeldzinnen met het woord doorstromen
- "Na de mavo stroomde ze door naar de havo."
- "Leerlingen met hoge cijfers kunnen doorstromen naar een hoger niveau."
Synoniemen van doorstromen
Idiomen
- • doorstromen naar de top (geleidelijk opklimmen naar een hogere positie of rang)
Vervoeging van doorstromen
| Ik (nu) | stroom door |
| Hij/zij (nu) | stroomt door |
| Wij (nu) | stromen door |
| Verleden tijd | stroomde door |
| Voltooid deelw. | doorgestroomd |
| Hulpwerkwoord | zijn |
Veelgestelde vragen over doorstromen
- Wat betekent doorstromen?
- van de ene klas, school of onderwijssoort overgaan naar de volgende
- Op welk taalniveau hoort doorstromen?
- Het woord doorstromen hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van doorstromen?
- Synoniemen van doorstromen zijn: overstappen, promoveren, opklimmen.
- Hoe vervoeg je doorstromen in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je doorstromen als volgt: ik stroom door, hij/zij stroomt door, wij stromen door.
- Wat is de verleden tijd van doorstromen?
- De verleden tijd (enkelvoud) van doorstromen is: stroomde door.
- Wat is het voltooid deelwoord van doorstromen?
- Het voltooid deelwoord van doorstromen is: doorgestroomd.
- Gebruik je hebben of zijn bij doorstromen?
- Bij doorstromen gebruik je het hulpwerkwoord "zijn".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij doorstromen
herkansen
werkwoord
een toets of examen opnieuw doen na een eerdere mislukking
zakken
werkwoord
een examen of toets niet halen
hetexamen
zelfstandig naamwoord
officiële toets waarmee kennis en vaardigheden formeel worde…
deinstroomtoets
zelfstandig naamwoord
toets waarmee het beginniveau van een leerling wordt vastges…
hetproefwerk
zelfstandig naamwoord
schriftelijke toets op school over een beperkt deel van de l…
hetlokaal
zelfstandig naamwoord
ruimte of klaslokaal in een school of gebouw
Gerelateerde taaltips
Het-woorden in het Nederlands: wanneer gebruik je “het”?
Leer wanneer een zelfstandig naamwoord een het-woord is
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt