Was dit nuttig?
dedonderdag
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A1 | Verkleinwoord: het het donderdagje
De vierde dag van de werkweek
Voorbeeldzinnen met het woord donderdag
- "De vuilnis wordt opgehaald op donderdag."
- "Ze gaat op donderdag naar de sportschool."
- "Donderdag is de dag voor vrijdag."
Synoniemen van donderdag
Idiomen
- • Donderdags
Veelgestelde vragen over donderdag
- Wat betekent donderdag?
- De vierde dag van de werkweek
- Op welk taalniveau hoort donderdag?
- Het woord donderdag hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van donderdag?
- Synoniemen van donderdag zijn: vierde weekdag, weekdag.
- Is donderdag een de-woord of het-woord?
- Donderdag is een de-woord: de donderdag.
- Wat is het verkleinwoord van donderdag?
- Het verkleinwoord van donderdag is: het het donderdagje.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij donderdag
deweek
zelfstandig naamwoord
Een periode van zeven opeenvolgende dagen
defebruari
zelfstandig naamwoord
De tweede maand van het jaar; de kortste maand
demaand
zelfstandig naamwoord
Een periode van ongeveer vier weken; het jaar is verdeeld in…
hetdecennium
zelfstandig naamwoord
een periode van tien jaar
deeeuw
zelfstandig naamwoord
een periode van honderd jaar
hetmillennium
zelfstandig naamwoord
een periode van duizend jaar; ook de overgang van een dergel…