Was dit nuttig?
debuik
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A1 | Verkleinwoord: het het buikje
Middelste deel van het lichaam tussen borst en heupen, waar de maag zit
Voorbeeldzinnen met het woord buik
- "Mijn buik knort van de honger."
- "Ze heeft buikpijn."
- "Hij heeft een dikke buik."
Synoniemen van buik
Idiomen
- • Ergens de buik vol van hebben
- • Op zijn buik schrijven
Veelgestelde vragen over buik
- Wat betekent buik?
- Middelste deel van het lichaam tussen borst en heupen, waar de maag zit
- Op welk taalniveau hoort buik?
- Het woord buik hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van buik?
- Synoniemen van buik zijn: maag.
- Is buik een de-woord of het-woord?
- Buik is een de-woord: de buik.
- Wat is het verkleinwoord van buik?
- Het verkleinwoord van buik is: het het buikje.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij buik
hetoog
zelfstandig naamwoord
Zintuig waarmee je kunt zien
derug
zelfstandig naamwoord
Achterkant van het menselijk lichaam van schouders tot heupe…
detand
zelfstandig naamwoord
Hard wit botje in de mond waarmee je bijt en kauwt
deschouder
zelfstandig naamwoord
gewricht tussen arm en romp
dekop
zelfstandig naamwoord
Hoofd (informeler).
deknie
zelfstandig naamwoord
Gewricht in het midden van het been waarmee je het been buig…