Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    buigen

    werkwoord | Taalniveau: A2

    afbuigen; krommen (vooral van bomen in de wind)

    Voorbeeldzinnen met het woord buigen

    • "De bomen buigen onder het gewicht van de sneeuw."
    • "Sterke wind doet bomen buigen."

    Idiomen

    • • voor niemand buigen
    • • zich buigen over een vraagstuk

    Vervoeging van buigen

    Ik (nu) ik buig
    Hij/zij (nu) hij buigt
    Wij (nu) wij buigen
    Verleden tijd ik boog
    Voltooid deelw. gebogen
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over buigen

    Wat betekent buigen?
    afbuigen; krommen (vooral van bomen in de wind)
    Op welk taalniveau hoort buigen?
    Het woord buigen hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Hoe vervoeg je buigen in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je buigen als volgt: ik ik buig, hij/zij hij buigt, wij wij buigen.
    Wat is de verleden tijd van buigen?
    De verleden tijd (enkelvoud) van buigen is: ik boog.
    Wat is het voltooid deelwoord van buigen?
    Het voltooid deelwoord van buigen is: gebogen.
    Gebruik je hebben of zijn bij buigen?
    Bij buigen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter