Was dit nuttig?
debruid
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: B1
vrouw die gaat trouwen of net getrouwd is
Voorbeeldzinnen met het woord bruid
- "De bruid droeg een prachtige witte jurk."
- "De bruid liep de kerk in op muziek."
Synoniemen van bruid
Veelgestelde vragen over bruid
- Wat betekent bruid?
- vrouw die gaat trouwen of net getrouwd is
- Op welk taalniveau hoort bruid?
- Het woord bruid hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van bruid?
- Synoniemen van bruid zijn: aanstaande vrouw.
- Is bruid een de-woord of het-woord?
- Bruid is een de-woord: de bruid.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij bruid
depaasprocessie
zelfstandig naamwoord
Religieuze stoet die met Pasen door de straten trekt, veelal…
deTweede Paasdag
zelfstandig naamwoord
De maandag na Eerste Paasdag; een officiële nationale feestd…
dekerstbal
zelfstandig naamwoord
Ronde glanzende decoratiebel die aan de kerstboom wordt geha…
dekerstkaart
zelfstandig naamwoord
Wenskaart die mensen versturen tijdens de kerstperiode
dekerstvakantie
zelfstandig naamwoord
Schoolvakantie rond de kerstperiode, van eind december tot b…
dekerstpudding
zelfstandig naamwoord
traditioneel Brits dessert met kerst
Gerelateerde taaltips
Schrijf je Pasen met een hoofdletter of kleine letter?
De juiste schrijfwijze van Pasen, paashaas en andere paaswoorden
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt