Was dit nuttig?
blokkeren
werkwoord | Taalniveau: B1
een bankpas of rekening tijdelijk onbruikbaar maken
Voorbeeldzinnen met het woord blokkeren
- "Ze blokkeerde haar pas direct nadat ze hem kwijt was."
- "De bank blokkeerde de rekening wegens verdachte activiteit."
Synoniemen van blokkeren
Idiomen
- • de weg versperren
Vervoeging van blokkeren
| Ik (nu) | blokkeer |
| Hij/zij (nu) | blokkeert |
| Wij (nu) | blokkeren |
| Verleden tijd | blokkeerde |
| Voltooid deelw. | geblokkeerd |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over blokkeren
- Wat betekent blokkeren?
- een bankpas of rekening tijdelijk onbruikbaar maken
- Op welk taalniveau hoort blokkeren?
- Het woord blokkeren hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van blokkeren?
- Synoniemen van blokkeren zijn: bevriezen, stopzetten.
- Hoe vervoeg je blokkeren in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je blokkeren als volgt: ik blokkeer, hij/zij blokkeert, wij blokkeren.
- Wat is de verleden tijd van blokkeren?
- De verleden tijd (enkelvoud) van blokkeren is: blokkeerde.
- Wat is het voltooid deelwoord van blokkeren?
- Het voltooid deelwoord van blokkeren is: geblokkeerd.
- Gebruik je hebben of zijn bij blokkeren?
- Bij blokkeren gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij blokkeren
pinnen
werkwoord
betalen met een bankpas bij een betaalautomaat
deaangifte
zelfstandig naamwoord
het officieel opgeven van inkomen of andere informatie aan d…
deaflossing
zelfstandig naamwoord
het terugbetalen van een geleend bedrag in termijnen
netto
bijvoeglijk naamwoord
het bedrag dat overblijft na aftrek van kosten, belasting of…
deschuldsanering
zelfstandig naamwoord
officieel traject om mensen met zware schulden te helpen dez…
debankrekeninghouder
zelfstandig naamwoord
persoon op wiens naam een bankrekening staat
Gerelateerde taaltips
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt
Voorkomen of verkomen? Zo gebruik je het goed
Leer de 3 betekenissen van voorkomen + een handig ezelsbruggetje