Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    bijspijkeren

    werkwoord | Taalniveau: B1

    extra leren of oefenen om kennis of vaardigheden bij te werken die onvoldoende zijn

    Voorbeeldzinnen met het woord bijspijkeren

    • "In de meivakantie bijspijkerde hij zijn wiskundekennis voor het eindexamen."
    • "Ze ging bijspijkeren bij een bijlesleraar om haar grammatica te verbeteren."

    Synoniemen van bijspijkeren

    Idiomen

    • • de kennis bijspijkeren
    • • de taal bijspijkeren

    Vervoeging van bijspijkeren

    Ik (nu) spijker bij
    Hij/zij (nu) spijkert bij
    Wij (nu) spijkeren bij
    Verleden tijd spijkerde bij
    Voltooid deelw. bijgespijkerd
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over bijspijkeren

    Wat betekent bijspijkeren?
    extra leren of oefenen om kennis of vaardigheden bij te werken die onvoldoende zijn
    Op welk taalniveau hoort bijspijkeren?
    Het woord bijspijkeren hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van bijspijkeren?
    Synoniemen van bijspijkeren zijn: bijleren, herhalen, remediëren.
    Hoe vervoeg je bijspijkeren in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je bijspijkeren als volgt: ik spijker bij, hij/zij spijkert bij, wij spijkeren bij.
    Wat is de verleden tijd van bijspijkeren?
    De verleden tijd (enkelvoud) van bijspijkeren is: spijkerde bij.
    Wat is het voltooid deelwoord van bijspijkeren?
    Het voltooid deelwoord van bijspijkeren is: bijgespijkerd.
    Gebruik je hebben of zijn bij bijspijkeren?
    Bij bijspijkeren gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter