Was dit nuttig?
debijspijkercursus
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: B1
cursus om hiaten in kennis op te vullen
Voorbeeldzinnen met het woord bijspijkercursus
- "Ze volgde een bijspijkercursus voor Engels."
- "De bijspijkercursus hielp haar op niveau te komen."
Synoniemen van bijspijkercursus
Veelgestelde vragen over bijspijkercursus
- Wat betekent bijspijkercursus?
- cursus om hiaten in kennis op te vullen
- Op welk taalniveau hoort bijspijkercursus?
- Het woord bijspijkercursus hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van bijspijkercursus?
- Synoniemen van bijspijkercursus zijn: remediëringscursus.
- Is bijspijkercursus een de-woord of het-woord?
- Bijspijkercursus is een de-woord: de bijspijkercursus.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij bijspijkercursus
detekst
zelfstandig naamwoord
een reeks geschreven of gesproken woorden met een boodschap
devraag
zelfstandig naamwoord
een zin of uiting waarmee je om informatie vraagt
devrijstelling
zelfstandig naamwoord
ontheffing van de plicht om een les of vak te volgen
deaandacht
zelfstandig naamwoord
de geestelijke aanwezigheid en focus op iets
hetomega
zelfstandig naamwoord
de laatste letter van het Griekse alfabet; symbool voor het …
dezorgcoördinator
zelfstandig naamwoord
medewerker die leerlingen met extra ondersteuningsbehoefte b…
Gerelateerde taaltips
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt
Voorkomen of verkomen? Zo gebruik je het goed
Leer de 3 betekenissen van voorkomen + een handig ezelsbruggetje