Was dit nuttig?
besparen
werkwoord | Taalniveau: B1
minder uitgeven of geld opzijzetten
Voorbeeldzinnen met het woord besparen
- "Ze bespaart op boodschappen door aanbiedingen te gebruiken."
- "Hij bespaart elke maand vijftig euro op zijn rekening."
Synoniemen van besparen
Idiomen
- • een cent is een cent
Vervoeging van besparen
| Ik (nu) | bespaar |
| Hij/zij (nu) | bespaart |
| Wij (nu) | besparen |
| Verleden tijd | bespaarde |
| Voltooid deelw. | bespaard |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over besparen
- Wat betekent besparen?
- minder uitgeven of geld opzijzetten
- Op welk taalniveau hoort besparen?
- Het woord besparen hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van besparen?
- Synoniemen van besparen zijn: sparen, bezuinigen.
- Hoe vervoeg je besparen in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je besparen als volgt: ik bespaar, hij/zij bespaart, wij besparen.
- Wat is de verleden tijd van besparen?
- De verleden tijd (enkelvoud) van besparen is: bespaarde.
- Wat is het voltooid deelwoord van besparen?
- Het voltooid deelwoord van besparen is: bespaard.
- Gebruik je hebben of zijn bij besparen?
- Bij besparen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij besparen
pinnen
werkwoord
betalen met een bankpas bij een betaalautomaat
deaangifte
zelfstandig naamwoord
het officieel opgeven van inkomen of andere informatie aan d…
deaflossing
zelfstandig naamwoord
het terugbetalen van een geleend bedrag in termijnen
netto
bijvoeglijk naamwoord
het bedrag dat overblijft na aftrek van kosten, belasting of…
deschuldsanering
zelfstandig naamwoord
officieel traject om mensen met zware schulden te helpen dez…
debankrekeninghouder
zelfstandig naamwoord
persoon op wiens naam een bankrekening staat
Gerelateerde taaltips
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt
Voorkomen of verkomen? Zo gebruik je het goed
Leer de 3 betekenissen van voorkomen + een handig ezelsbruggetje