Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    belasten

    werkwoord | Taalniveau: B1

    een belasting heffen op iets, of iemand met een taak of last opzadelen

    Voorbeeldzinnen met het woord belasten

    • "De overheid besloot energiedranken zwaarder te belasten."
    • "Hij wilde zijn collega niet onnodig belasten met extra werk."
    • "Door het milieubeleid worden vervuilende activiteiten zwaarder belast."
    • "De rechter besloot het bedrijf te belasten met de gerechtskosten."
    • "Sommige producten worden bewust laag belast om consumptie te stimuleren."

    Synoniemen van belasten

    Idiomen

    • • iemand belasten met (iemand een taak of verantwoordelijkheid opdragen)
    • • een gezond geweten niet belasten (iets doen waar je later geen spijt van hebt)

    Waar komt het woord belasten vandaan?

    Belasten is samengesteld uit het voorvoegsel be en het werkwoord lasten, afgeleid van last (uit het Germaanse hlastiz, vracht). Het woord ontwikkelde zich vanaf de Middelnederlandse periode in twee betekenissen: een fiscale of een functionele last opleggen. In het hedendaagse Nederlands wordt het in beide betekenissen frequent gebruikt.

    Vervoeging van belasten

    Ik (nu) belast
    Hij/zij (nu) belast
    Wij (nu) belasten
    Verleden tijd belastte
    Voltooid deelw. belast
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over belasten

    Wat betekent belasten?
    een belasting heffen op iets, of iemand met een taak of last opzadelen
    Op welk taalniveau hoort belasten?
    Het woord belasten hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van belasten?
    Synoniemen van belasten zijn: heffen, opdragen.
    Hoe vervoeg je belasten in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je belasten als volgt: ik belast, hij/zij belast, wij belasten.
    Wat is de verleden tijd van belasten?
    De verleden tijd (enkelvoud) van belasten is: belastte.
    Wat is het voltooid deelwoord van belasten?
    Het voltooid deelwoord van belasten is: belast.
    Gebruik je hebben of zijn bij belasten?
    Bij belasten gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter