Was dit nuttig?
heffen
werkwoord | Taalniveau: B2
een belasting of prijs instellen of opleggen; ook: omhoogbrengen
Voorbeeldzinnen met het woord heffen
- "De overheid hief een nieuwe belasting."
- "Hij hief zijn glas voor een toost."
Idiomen
- • Het glas heffen op iemand
- • Belasting heffen
- • Een eed heffen
Vervoeging van heffen
| Ik (nu) | ik hef |
| Hij/zij (nu) | hij heft |
| Wij (nu) | wij heffen |
| Verleden tijd | hief |
| Voltooid deelw. | geheven |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over heffen
- Wat betekent heffen?
- een belasting of prijs instellen of opleggen; ook: omhoogbrengen
- Op welk taalniveau hoort heffen?
- Het woord heffen hoort bij taalniveau B2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van heffen?
- Synoniemen van heffen zijn: opleggen, innen, verheffen.
- Hoe vervoeg je heffen in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je heffen als volgt: ik ik hef, hij/zij hij heft, wij wij heffen.
- Wat is de verleden tijd van heffen?
- De verleden tijd (enkelvoud) van heffen is: hief.
- Wat is het voltooid deelwoord van heffen?
- Het voltooid deelwoord van heffen is: geheven.
- Gebruik je hebben of zijn bij heffen?
- Bij heffen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij heffen
pinnen
werkwoord
betalen met een bankpas bij een betaalautomaat
deaangifte
zelfstandig naamwoord
het officieel opgeven van inkomen of andere informatie aan d…
deaflossing
zelfstandig naamwoord
het terugbetalen van een geleend bedrag in termijnen
netto
bijvoeglijk naamwoord
het bedrag dat overblijft na aftrek van kosten, belasting of…
deschuldsanering
zelfstandig naamwoord
officieel traject om mensen met zware schulden te helpen dez…
debankrekeninghouder
zelfstandig naamwoord
persoon op wiens naam een bankrekening staat