Was dit nuttig?
dearm
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A1 | Verkleinwoord: het het armpje
Ledemaat van het lichaam dat vastzit aan de schouder en eindigt bij de hand
Voorbeeldzinnen met het woord arm
- "Mijn arm doet pijn."
- "Ze sloeg haar armen om hem heen."
- "Hij heeft een lange arm."
Synoniemen van arm
Idiomen
- • Iemand de arm omdraaien
- • Met open armen ontvangen
Veelgestelde vragen over arm
- Wat betekent arm?
- Ledemaat van het lichaam dat vastzit aan de schouder en eindigt bij de hand
- Op welk taalniveau hoort arm?
- Het woord arm hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van arm?
- Synoniemen van arm zijn: ledemaat, bovenlichaam.
- Is arm een de-woord of het-woord?
- Arm is een de-woord: de arm.
- Wat is het verkleinwoord van arm?
- Het verkleinwoord van arm is: het het armpje.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij arm
hetoog
zelfstandig naamwoord
Zintuig waarmee je kunt zien
derug
zelfstandig naamwoord
Achterkant van het menselijk lichaam van schouders tot heupe…
detand
zelfstandig naamwoord
Hard wit botje in de mond waarmee je bijt en kauwt
deschouder
zelfstandig naamwoord
gewricht tussen arm en romp
dekop
zelfstandig naamwoord
Hoofd (informeler).
deknie
zelfstandig naamwoord
Gewricht in het midden van het been waarmee je het been buig…