Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    afzeggen

    werkwoord | Taalniveau: A2

    laten weten dat je ergens niet bij kunt zijn

    Voorbeeldzinnen met het woord afzeggen

    • "Ze zegde haar afspraak af vanwege ziekte."
    • "Hij zegde zijn deelname aan het evenement af."

    Synoniemen van afzeggen

    Idiomen

    • • Op het laatste moment afzeggen

    Vervoeging van afzeggen

    Ik (nu) zeg af
    Hij/zij (nu) zegt af
    Wij (nu) zeggen af
    Verleden tijd zegde af
    Voltooid deelw. afgezegd
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over afzeggen

    Wat betekent afzeggen?
    laten weten dat je ergens niet bij kunt zijn
    Op welk taalniveau hoort afzeggen?
    Het woord afzeggen hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van afzeggen?
    Synoniemen van afzeggen zijn: annuleren, afmelden.
    Hoe vervoeg je afzeggen in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je afzeggen als volgt: ik zeg af, hij/zij zegt af, wij zeggen af.
    Wat is de verleden tijd van afzeggen?
    De verleden tijd (enkelvoud) van afzeggen is: zegde af.
    Wat is het voltooid deelwoord van afzeggen?
    Het voltooid deelwoord van afzeggen is: afgezegd.
    Gebruik je hebben of zijn bij afzeggen?
    Bij afzeggen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter