Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    afprijzen

    werkwoord | Taalniveau: B1

    de prijs van een product verlagen, meestal bij een uitverkoop

    Voorbeeldzinnen met het woord afprijzen

    • "Na de feestdagen werden de kerstartikelen flink afgeprijsd."
    • "De winkel besloot de overgebleven wintercollectie af te prijzen."

    Synoniemen van afprijzen

    Idiomen

    • • artikelen afprijzen in de uitverkoop
    • • flink afprijzen

    Vervoeging van afprijzen

    Ik (nu) prijs af
    Hij/zij (nu) prijst af
    Wij (nu) prijzen af
    Verleden tijd prijste af
    Voltooid deelw. afgeprijsd
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over afprijzen

    Wat betekent afprijzen?
    de prijs van een product verlagen, meestal bij een uitverkoop
    Op welk taalniveau hoort afprijzen?
    Het woord afprijzen hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van afprijzen?
    Synoniemen van afprijzen zijn: reduceren, in prijs verlagen, afslaan.
    Hoe vervoeg je afprijzen in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je afprijzen als volgt: ik prijs af, hij/zij prijst af, wij prijzen af.
    Wat is de verleden tijd van afprijzen?
    De verleden tijd (enkelvoud) van afprijzen is: prijste af.
    Wat is het voltooid deelwoord van afprijzen?
    Het voltooid deelwoord van afprijzen is: afgeprijsd.
    Gebruik je hebben of zijn bij afprijzen?
    Bij afprijzen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter