Was dit nuttig?
deadventskalender
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: B1
kalender met 24 vakjes voor de dagen voor Kerst
Voorbeeldzinnen met het woord adventskalender
- "Elke dag mocht hij een vakje van de adventskalender openen."
- "De adventskalender telde af naar Kerstmis."
Synoniemen van adventskalender
Veelgestelde vragen over adventskalender
- Wat betekent adventskalender?
- kalender met 24 vakjes voor de dagen voor Kerst
- Op welk taalniveau hoort adventskalender?
- Het woord adventskalender hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van adventskalender?
- Synoniemen van adventskalender zijn: december kalender.
- Is adventskalender een de-woord of het-woord?
- Adventskalender is een de-woord: de adventskalender.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij adventskalender
depaasprocessie
zelfstandig naamwoord
Religieuze stoet die met Pasen door de straten trekt, veelal…
deTweede Paasdag
zelfstandig naamwoord
De maandag na Eerste Paasdag; een officiële nationale feestd…
dekerstbal
zelfstandig naamwoord
Ronde glanzende decoratiebel die aan de kerstboom wordt geha…
dekerstkaart
zelfstandig naamwoord
Wenskaart die mensen versturen tijdens de kerstperiode
dekerstvakantie
zelfstandig naamwoord
Schoolvakantie rond de kerstperiode, van eind december tot b…
dekerstpudding
zelfstandig naamwoord
traditioneel Brits dessert met kerst
Gerelateerde taaltips
Schrijf je Pasen met een hoofdletter of kleine letter?
De juiste schrijfwijze van Pasen, paashaas en andere paaswoorden
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt