Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    accelereren

    werkwoord | Taalniveau: B1

    snelheid opbouwen door gas te geven; in F1 ook het moment waarop de hybride boost extra tractie levert

    Voorbeeldzinnen met het woord accelereren

    • "Wie het vroegst uit de bocht kan accelereren, heeft een voordeel op het rechte stuk."
    • "De nieuwe power unit accelereert honderden kilo's zwaar materiaal naar 300 km/u in seconden."

    Synoniemen van accelereren

    Idiomen

    • • van 0 tot 100 accelereren
    • • snel accelereren

    Vervoeging van accelereren

    Ik (nu) accelereer
    Hij/zij (nu) accelereert
    Wij (nu) accelereren
    Verleden tijd accelereerde
    Voltooid deelw. geaccelereerd
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over accelereren

    Wat betekent accelereren?
    snelheid opbouwen door gas te geven; in F1 ook het moment waarop de hybride boost extra tractie levert
    Op welk taalniveau hoort accelereren?
    Het woord accelereren hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van accelereren?
    Synoniemen van accelereren zijn: optrekken, gas geven.
    Hoe vervoeg je accelereren in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je accelereren als volgt: ik accelereer, hij/zij accelereert, wij accelereren.
    Wat is de verleden tijd van accelereren?
    De verleden tijd (enkelvoud) van accelereren is: accelereerde.
    Wat is het voltooid deelwoord van accelereren?
    Het voltooid deelwoord van accelereren is: geaccelereerd.
    Gebruik je hebben of zijn bij accelereren?
    Bij accelereren gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter