Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    aanbouwen

    werkwoord | Taalniveau: B1

    een extra ruimte aan een bestaand gebouw toevoegen

    Voorbeeldzinnen met het woord aanbouwen

    • "Ze bouwt een serre aan het huis aan."
    • "Hij bouwt een garage aan naast het huis."

    Synoniemen van aanbouwen

    Idiomen

    • • een aanbouw aan het huis realiseren

    Vervoeging van aanbouwen

    Ik (nu) ik bouw aan
    Hij/zij (nu) hij bouwt aan
    Wij (nu) wij bouwen aan
    Verleden tijd bouwde aan
    Voltooid deelw. aangebouwd
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over aanbouwen

    Wat betekent aanbouwen?
    een extra ruimte aan een bestaand gebouw toevoegen
    Op welk taalniveau hoort aanbouwen?
    Het woord aanbouwen hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van aanbouwen?
    Synoniemen van aanbouwen zijn: uitbouwen.
    Hoe vervoeg je aanbouwen in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je aanbouwen als volgt: ik ik bouw aan, hij/zij hij bouwt aan, wij wij bouwen aan.
    Wat is de verleden tijd van aanbouwen?
    De verleden tijd (enkelvoud) van aanbouwen is: bouwde aan.
    Wat is het voltooid deelwoord van aanbouwen?
    Het voltooid deelwoord van aanbouwen is: aangebouwd.
    Gebruik je hebben of zijn bij aanbouwen?
    Bij aanbouwen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter