Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    zitten

    werkwoord | Taalniveau: A1

    1werkwoord| Taalniveau: A1

    in een positie zijn met het achterste op iets rusten

    Voorbeeldzinnen met het woord zitten

    • "Ze zat op de bank te lezen."
    • "Hij zit de hele dag achter zijn bureau."

    Synoniemen van zitten

    Idiomen

    • • er doorheen zitten
    • • er bovenop zitten
    • • het zit er dik in
    2werkwoord| Taalniveau: A2

    goed passen, kloppen of in orde zijn

    Voorbeeldzinnen met het woord zitten

    • "Het zit goed, maak je geen zorgen — ik heb alles geregeld."
    • "Na de reparatie zit alles weer vast en werkt de fiets perfect."

    Idiomen

    • • er doorheen zitten
    • • er bovenop zitten
    • • het zit er dik in
    3werkwoord| Taalniveau: B1

    diep betrokken zijn bij een moeilijke situatie

    Voorbeeldzinnen met het woord zitten

    • "Ze zit tot over haar oren in het project en kan er niet meer uit."
    • "Hij zit al weken in de schulden en weet niet hoe hij eruit moet komen."

    Idiomen

    • • er doorheen zitten
    • • er bovenop zitten
    • • het zit er dik in

    Vervoeging van zitten

    Ik (nu) ik zit
    Hij/zij (nu) hij zit
    Wij (nu) wij zitten
    Verleden tijd zat
    Voltooid deelw. gezeten
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over zitten

    Wat betekent zitten?
    in een positie zijn met het achterste op iets rusten
    Op welk taalniveau hoort zitten?
    Het woord zitten hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van zitten?
    Synoniemen van zitten zijn: neerzitten, zich bevinden.
    Hoe vervoeg je zitten in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je zitten als volgt: ik ik zit, hij/zij hij zit, wij wij zitten.
    Wat is de verleden tijd van zitten?
    De verleden tijd (enkelvoud) van zitten is: zat.
    Wat is het voltooid deelwoord van zitten?
    Het voltooid deelwoord van zitten is: gezeten.
    Gebruik je hebben of zijn bij zitten?
    Bij zitten gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter