Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    winnen

    werkwoord | Taalniveau: A1

    een wedstrijd of competitie met de beste score afsluiten

    Voorbeeldzinnen met het woord winnen

    • "Ze wint de race na maanden van training."
    • "Het team wint drie wedstrijden op rij."

    Synoniemen van winnen

    Idiomen

    • • aan het langste eind trekken
    • • winnen met overmacht

    Vervoeging van winnen

    Ik (nu) win
    Hij/zij (nu) wint
    Wij (nu) winnen
    Verleden tijd won
    Voltooid deelw. gewonnen
    Hulpwerkwoord heeft

    Veelgestelde vragen over winnen

    Wat betekent winnen?
    een wedstrijd of competitie met de beste score afsluiten
    Op welk taalniveau hoort winnen?
    Het woord winnen hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van winnen?
    Synoniemen van winnen zijn: zegevieren, eerste worden.
    Hoe vervoeg je winnen in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je winnen als volgt: ik win, hij/zij wint, wij winnen.
    Wat is de verleden tijd van winnen?
    De verleden tijd (enkelvoud) van winnen is: won.
    Wat is het voltooid deelwoord van winnen?
    Het voltooid deelwoord van winnen is: gewonnen.
    Gebruik je hebben of zijn bij winnen?
    Bij winnen gebruik je het hulpwerkwoord "heeft".

    Delen

    Bladeren op letter