Was dit nuttig?
vriezen
werkwoord | Taalniveau: A1
veranderen in ijs; zeer koud zijn
Voorbeeldzinnen met het woord vriezen
- "De temperatuur daalt onder nul en het begint te vriezen."
- "In de winter vriest het water in de vijver."
Idiomen
- • Het vriest dat het kraakt
Vervoeging van vriezen
| Ik (nu) | ik vries |
| Hij/zij (nu) | hij vriest |
| Wij (nu) | wij vriezen |
| Verleden tijd | het vroor |
| Voltooid deelw. | bevroren |
| Hulpwerkwoord | zijn |
Veelgestelde vragen over vriezen
- Wat betekent vriezen?
- veranderen in ijs; zeer koud zijn
- Op welk taalniveau hoort vriezen?
- Het woord vriezen hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Hoe vervoeg je vriezen in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je vriezen als volgt: ik ik vries, hij/zij hij vriest, wij wij vriezen.
- Wat is de verleden tijd van vriezen?
- De verleden tijd (enkelvoud) van vriezen is: het vroor.
- Wat is het voltooid deelwoord van vriezen?
- Het voltooid deelwoord van vriezen is: bevroren.
- Gebruik je hebben of zijn bij vriezen?
- Bij vriezen gebruik je het hulpwerkwoord "zijn".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij vriezen
sneeuwen
werkwoord
Het vallen van sneeuw uit de lucht
warm
bijvoeglijk naamwoord
Met een hoge temperatuur; het tegenovergestelde van koud
dewolk
zelfstandig naamwoord
Massa van waterdruppeltjes of ijskristallen die in de lucht …
zonnig
bijvoeglijk naamwoord
met veel zon, helder weer
hetonweer
zelfstandig naamwoord
Hevig weer met bliksem en donder, vaak met hevige regen
dedooi
zelfstandig naamwoord
het smelten van ijs en sneeuw