Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    vriezen

    werkwoord | Taalniveau: A1

    veranderen in ijs; zeer koud zijn

    Voorbeeldzinnen met het woord vriezen

    • "De temperatuur daalt onder nul en het begint te vriezen."
    • "In de winter vriest het water in de vijver."

    Idiomen

    • • Het vriest dat het kraakt

    Vervoeging van vriezen

    Ik (nu) ik vries
    Hij/zij (nu) hij vriest
    Wij (nu) wij vriezen
    Verleden tijd het vroor
    Voltooid deelw. bevroren
    Hulpwerkwoord zijn

    Veelgestelde vragen over vriezen

    Wat betekent vriezen?
    veranderen in ijs; zeer koud zijn
    Op welk taalniveau hoort vriezen?
    Het woord vriezen hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Hoe vervoeg je vriezen in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je vriezen als volgt: ik ik vries, hij/zij hij vriest, wij wij vriezen.
    Wat is de verleden tijd van vriezen?
    De verleden tijd (enkelvoud) van vriezen is: het vroor.
    Wat is het voltooid deelwoord van vriezen?
    Het voltooid deelwoord van vriezen is: bevroren.
    Gebruik je hebben of zijn bij vriezen?
    Bij vriezen gebruik je het hulpwerkwoord "zijn".

    Delen

    Bladeren op letter