Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    vouwen

    werkwoord | Taalniveau: A2

    iets dubbel slaan of plooien

    Voorbeeldzinnen met het woord vouwen

    • "Ze vouwde de brief op en stak hem in de envelop."
    • "Hij vouwde de was op."

    Synoniemen van vouwen

    Idiomen

    • • de handen vouwen

    Vervoeging van vouwen

    Ik (nu) ik vouw
    Hij/zij (nu) hij vouwt
    Wij (nu) wij vouwen
    Verleden tijd vouwde
    Voltooid deelw. gevouwen
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over vouwen

    Wat betekent vouwen?
    iets dubbel slaan of plooien
    Op welk taalniveau hoort vouwen?
    Het woord vouwen hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van vouwen?
    Synoniemen van vouwen zijn: plooien, dichtvouwen, ompakken.
    Hoe vervoeg je vouwen in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je vouwen als volgt: ik ik vouw, hij/zij hij vouwt, wij wij vouwen.
    Wat is de verleden tijd van vouwen?
    De verleden tijd (enkelvoud) van vouwen is: vouwde.
    Wat is het voltooid deelwoord van vouwen?
    Het voltooid deelwoord van vouwen is: gevouwen.
    Gebruik je hebben of zijn bij vouwen?
    Bij vouwen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter