Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    vissen

    werkwoord | Taalniveau: A2

    vissen vangen als sport of hobby

    Voorbeeldzinnen met het woord vissen

    • "Hij gaat vissen op zondag met zijn vader."
    • "Ze vangt een grote vis."

    Synoniemen van vissen

    Idiomen

    • • Naar complimenten vissen
    • • Vissen in troebel water
    • • Achter het net vissen

    Vervoeging van vissen

    Ik (nu) vis
    Hij/zij (nu) vist
    Wij (nu) vissen
    Verleden tijd viste
    Voltooid deelw. gevist
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over vissen

    Wat betekent vissen?
    vissen vangen als sport of hobby
    Op welk taalniveau hoort vissen?
    Het woord vissen hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van vissen?
    Synoniemen van vissen zijn: hengelen, angelen.
    Hoe vervoeg je vissen in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je vissen als volgt: ik vis, hij/zij vist, wij vissen.
    Wat is de verleden tijd van vissen?
    De verleden tijd (enkelvoud) van vissen is: viste.
    Wat is het voltooid deelwoord van vissen?
    Het voltooid deelwoord van vissen is: gevist.
    Gebruik je hebben of zijn bij vissen?
    Bij vissen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter