Was dit nuttig?
verrassen
werkwoord | Taalniveau: B1
iemand onverwachts iets geven of doen
Voorbeeldzinnen met het woord verrassen
- "Ze verraste hem met een onverwacht cadeautje."
- "Hij werd volledig verrast door het feest."
Idiomen
- • voor een verrassing zorgen
Vervoeging van verrassen
| Ik (nu) | ik verras |
| Hij/zij (nu) | hij/zij verrast |
| Wij (nu) | wij verrassen |
| Verleden tijd | verraste |
| Voltooid deelw. | verrast |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over verrassen
- Wat betekent verrassen?
- iemand onverwachts iets geven of doen
- Op welk taalniveau hoort verrassen?
- Het woord verrassen hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Hoe vervoeg je verrassen in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je verrassen als volgt: ik ik verras, hij/zij hij/zij verrast, wij wij verrassen.
- Wat is de verleden tijd van verrassen?
- De verleden tijd (enkelvoud) van verrassen is: verraste.
- Wat is het voltooid deelwoord van verrassen?
- Het voltooid deelwoord van verrassen is: verrast.
- Gebruik je hebben of zijn bij verrassen?
- Bij verrassen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij verrassen
blaffen
werkwoord
vuurwerk afsteken
depaasprocessie
zelfstandig naamwoord
Religieuze stoet die met Pasen door de straten trekt, veelal…
deTweede Paasdag
zelfstandig naamwoord
De maandag na Eerste Paasdag; een officiële nationale feestd…
dekerstbal
zelfstandig naamwoord
Ronde glanzende decoratiebel die aan de kerstboom wordt geha…
dekerstkaart
zelfstandig naamwoord
Wenskaart die mensen versturen tijdens de kerstperiode
dekerstvakantie
zelfstandig naamwoord
Schoolvakantie rond de kerstperiode, van eind december tot b…
Gerelateerde taaltips
Schrijf je Pasen met een hoofdletter of kleine letter?
De juiste schrijfwijze van Pasen, paashaas en andere paaswoorden
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt