Was dit nuttig?
verminderen
werkwoord | Taalniveau: B1
kleiner of minder maken in hoeveelheid of omvang
Voorbeeldzinnen met het woord verminderen
- "We proberen ons energieverbruik te verminderen."
- "De uitstoot van CO2 moet worden verminderd."
Idiomen
- • minder is meer
Vervoeging van verminderen
| Ik (nu) | verminder |
| Hij/zij (nu) | vermindert |
| Wij (nu) | verminderen |
| Verleden tijd | verminderde |
| Voltooid deelw. | verminderd |
| Hulpwerkwoord | heeft |
Veelgestelde vragen over verminderen
- Wat betekent verminderen?
- kleiner of minder maken in hoeveelheid of omvang
- Op welk taalniveau hoort verminderen?
- Het woord verminderen hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van verminderen?
- Synoniemen van verminderen zijn: reduceren, beperken.
- Hoe vervoeg je verminderen in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je verminderen als volgt: ik verminder, hij/zij vermindert, wij verminderen.
- Wat is de verleden tijd van verminderen?
- De verleden tijd (enkelvoud) van verminderen is: verminderde.
- Wat is het voltooid deelwoord van verminderen?
- Het voltooid deelwoord van verminderen is: verminderd.
- Gebruik je hebben of zijn bij verminderen?
- Bij verminderen gebruik je het hulpwerkwoord "heeft".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij verminderen
drijven
werkwoord
op het water of in de lucht blijven zweven
debeuk
zelfstandig naamwoord
groot loofboom met gladde grijze schors
deomgeving
zelfstandig naamwoord
de ruimte en omstandigheden rondom iemand of iets
hetfluor
zelfstandig naamwoord
een giftig, bleekgeel chemisch element dat in tandpasta en d…
hetgrind
zelfstandig naamwoord
kleine ronde steentjes gebruikt voor paden, tuinen of als bo…
detulp
zelfstandig naamwoord
lentebloem uit een bol met een kelkvormige bloem
Gerelateerde taaltips
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt
Voorkomen of verkomen? Zo gebruik je het goed
Leer de 3 betekenissen van voorkomen + een handig ezelsbruggetje