Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    verbouwen

    werkwoord | Taalniveau: B1

    een woning aanpassen of uitbreiden

    Voorbeeldzinnen met het woord verbouwen

    • "Ze gaan de keuken verbouwen."
    • "Hij verbouwde zijn huis ingrijpend."

    Idiomen

    • • op de schop gaan

    Vervoeging van verbouwen

    Ik (nu) verbouw
    Hij/zij (nu) verbouwt
    Wij (nu) verbouwen
    Verleden tijd verbouwde
    Voltooid deelw. verbouwd
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over verbouwen

    Wat betekent verbouwen?
    een woning aanpassen of uitbreiden
    Op welk taalniveau hoort verbouwen?
    Het woord verbouwen hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Hoe vervoeg je verbouwen in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je verbouwen als volgt: ik verbouw, hij/zij verbouwt, wij verbouwen.
    Wat is de verleden tijd van verbouwen?
    De verleden tijd (enkelvoud) van verbouwen is: verbouwde.
    Wat is het voltooid deelwoord van verbouwen?
    Het voltooid deelwoord van verbouwen is: verbouwd.
    Gebruik je hebben of zijn bij verbouwen?
    Bij verbouwen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter