Was dit nuttig?
vaccineren
werkwoord | Taalniveau: B1
een vaccin toedienen ter bescherming tegen een ziekte
Voorbeeldzinnen met het woord vaccineren
- "Hij werd gevaccineerd tegen de griep."
- "Kinderen worden in Nederland gevaccineerd via het rijksvaccinatieprogramma."
Synoniemen van vaccineren
Idiomen
- • het kwaad voor zijn
Vervoeging van vaccineren
| Ik (nu) | vaccineer |
| Hij/zij (nu) | vaccineert |
| Wij (nu) | vaccineren |
| Verleden tijd | vaccineerde |
| Voltooid deelw. | gevaccineerd |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over vaccineren
- Wat betekent vaccineren?
- een vaccin toedienen ter bescherming tegen een ziekte
- Op welk taalniveau hoort vaccineren?
- Het woord vaccineren hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van vaccineren?
- Synoniemen van vaccineren zijn: inenten, immuniseren.
- Hoe vervoeg je vaccineren in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je vaccineren als volgt: ik vaccineer, hij/zij vaccineert, wij vaccineren.
- Wat is de verleden tijd van vaccineren?
- De verleden tijd (enkelvoud) van vaccineren is: vaccineerde.
- Wat is het voltooid deelwoord van vaccineren?
- Het voltooid deelwoord van vaccineren is: gevaccineerd.
- Gebruik je hebben of zijn bij vaccineren?
- Bij vaccineren gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij vaccineren
hetastma
zelfstandig naamwoord
chronische longaandoening waarbij de luchtwegen vernauwen bi…
dedrugs
zelfstandig naamwoord
chemische stoffen die het bewustzijn of gedrag beïnvloeden e…
hetmedisch dossier
zelfstandig naamwoord
verzameling van alle medische gegevens en behandelingen van …
despoedeisende hulp
zelfstandig naamwoord
afdeling in het ziekenhuis voor acute en ernstige medische g…
hetenzym
zelfstandig naamwoord
een biologisch molecuul dat chemische reacties in levende or…
dewondinfectie
zelfstandig naamwoord
infectie van een wond door bacteriën
Gerelateerde taaltips
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt
Voorkomen of verkomen? Zo gebruik je het goed
Leer de 3 betekenissen van voorkomen + een handig ezelsbruggetje