Was dit nuttig?
uitrusten
werkwoord | Taalniveau: A2
rust nemen na inspanning
Voorbeeldzinnen met het woord uitrusten
- "Na de lange wandeling rustten ze een uur uit."
- "Sporters moeten voldoende uitrusten tussen trainingen."
Synoniemen van uitrusten
Idiomen
- • even bijkomen
- • rusten na inspanning
Vervoeging van uitrusten
| Ik (nu) | ik rust uit |
| Hij/zij (nu) | hij rust uit |
| Wij (nu) | wij rusten uit |
| Verleden tijd | rustte uit |
| Voltooid deelw. | uitgerust |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over uitrusten
- Wat betekent uitrusten?
- rust nemen na inspanning
- Op welk taalniveau hoort uitrusten?
- Het woord uitrusten hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van uitrusten?
- Synoniemen van uitrusten zijn: ontspannen, bijkomen.
- Hoe vervoeg je uitrusten in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je uitrusten als volgt: ik ik rust uit, hij/zij hij rust uit, wij wij rusten uit.
- Wat is de verleden tijd van uitrusten?
- De verleden tijd (enkelvoud) van uitrusten is: rustte uit.
- Wat is het voltooid deelwoord van uitrusten?
- Het voltooid deelwoord van uitrusten is: uitgerust.
- Gebruik je hebben of zijn bij uitrusten?
- Bij uitrusten gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij uitrusten
kamperen
werkwoord
buiten overnachten in een tent of camper
hardlopen
werkwoord
snel lopen als sport of training
dedegen
zelfstandig naamwoord
een smal, puntig zwaard gebruikt bij de schermkampioenschapp…
dewedstrijd
zelfstandig naamwoord
georganiseerde competitie waarbij deelnemers strijden om de …
hetwielrennen
zelfstandig naamwoord
competitief fietsen op weg of parcours
deestafette
zelfstandig naamwoord
wedstrijd waarbij een team van meerdere atleten om beurt ren…
Gerelateerde taaltips
Je kunt of je kan: wat is correct?
Beide vormen zijn goed, maar er is een belangrijk verschil
Me of mijn: wat is het verschil en wat is correct?
Twijfel je tussen ‘me’ en ‘mijn’? Zo gebruik je ze op de juiste manier.
100 basiswoorden Nederlands voor beginners
De belangrijkste woorden om te leren, per categorie met voorbeeldzinnen