Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    uitrusten

    werkwoord | Taalniveau: A2

    rust nemen na inspanning

    Voorbeeldzinnen met het woord uitrusten

    • "Na de lange wandeling rustten ze een uur uit."
    • "Sporters moeten voldoende uitrusten tussen trainingen."

    Synoniemen van uitrusten

    Idiomen

    • • even bijkomen
    • • rusten na inspanning

    Vervoeging van uitrusten

    Ik (nu) ik rust uit
    Hij/zij (nu) hij rust uit
    Wij (nu) wij rusten uit
    Verleden tijd rustte uit
    Voltooid deelw. uitgerust
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over uitrusten

    Wat betekent uitrusten?
    rust nemen na inspanning
    Op welk taalniveau hoort uitrusten?
    Het woord uitrusten hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van uitrusten?
    Synoniemen van uitrusten zijn: ontspannen, bijkomen.
    Hoe vervoeg je uitrusten in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je uitrusten als volgt: ik ik rust uit, hij/zij hij rust uit, wij wij rusten uit.
    Wat is de verleden tijd van uitrusten?
    De verleden tijd (enkelvoud) van uitrusten is: rustte uit.
    Wat is het voltooid deelwoord van uitrusten?
    Het voltooid deelwoord van uitrusten is: uitgerust.
    Gebruik je hebben of zijn bij uitrusten?
    Bij uitrusten gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter