Was dit nuttig?
tweetalig
bijvoeglijk naamwoord | Taalniveau: B1
in staat twee talen vaardig te spreken of geschreven in twee talen
Voorbeeldzinnen met het woord tweetalig
- "De school is tweetalig en geeft les in zowel Nederlands als Engels."
- "Ze groeide op in een tweetalig gezin met een Nederlandse vader en Franse moeder."
Synoniemen van tweetalig
Veelgestelde vragen over tweetalig
- Wat betekent tweetalig?
- in staat twee talen vaardig te spreken of geschreven in twee talen
- Op welk taalniveau hoort tweetalig?
- Het woord tweetalig hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van tweetalig?
- Synoniemen van tweetalig zijn: bilingue.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij tweetalig
verstaanbaar
bijvoeglijk naamwoord
duidelijk genoeg uitgesproken of geschreven om goed begrepen…
hetvocabulaire
zelfstandig naamwoord
de verzameling woorden die iemand kent en gebruikt in een ta…
depersvrijheid
zelfstandig naamwoord
het recht van de pers om zonder overheidsbeperking nieuws en…
deschrijfstijl
zelfstandig naamwoord
de kenmerkende manier waarop iemand schrijft, inclusief woor…
detaalnorm
zelfstandig naamwoord
een vastgestelde of algemeen aanvaarde standaard voor correc…
hetgerucht
zelfstandig naamwoord
een onbevestigd bericht dat van mond tot mond gaat zonder be…
Gerelateerde taaltips
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt
Voorkomen of verkomen? Zo gebruik je het goed
Leer de 3 betekenissen van voorkomen + een handig ezelsbruggetje