Was dit nuttig?
detroon
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: B1
de zetel van een monarchale heerser; overdrachtelijk voor de koninklijke of keizerlijke macht
Voorbeeldzinnen met het woord troon
- "De nieuwe koningin besteeg de troon na het overlijden van haar vader."
- "Na jaren strijd veroverde hij uiteindelijk de troon."
Synoniemen van troon
Idiomen
- • de troon bestijgen (monarch worden en het bestuur over een rijk overnemen)
- • van de troon stoten (een machthebber uit zijn positie verdringen)
Veelgestelde vragen over troon
- Wat betekent troon?
- de zetel van een monarchale heerser; overdrachtelijk voor de koninklijke of keizerlijke macht
- Op welk taalniveau hoort troon?
- Het woord troon hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van troon?
- Synoniemen van troon zijn: koningstroon, heerserstoel.
- Is troon een de-woord of het-woord?
- Troon is een de-woord: de troon.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij troon
deheerser
zelfstandig naamwoord
iemand die gezag uitoefent over een land, volk of gebied
deexodus
zelfstandig naamwoord
de massale uittocht van een groep mensen uit een land of geb…
deontdekkingsreis
zelfstandig naamwoord
een expeditie met als doel onbekende gebieden of zee-routes …
hetabsolutisme
zelfstandig naamwoord
een regeringsvorm waarbij de vorst absolute en onbeperkte ma…
hetpacifisme
zelfstandig naamwoord
de overtuiging dat oorlog en geweld nooit rechtvaardig zijn …
dealleenheerschappij
zelfstandig naamwoord
een regeringsvorm waarbij een enkeling onbeperkte macht uito…
Gerelateerde taaltips
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt
Voorkomen of verkomen? Zo gebruik je het goed
Leer de 3 betekenissen van voorkomen + een handig ezelsbruggetje