Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    detroon

    zelfstandig naamwoord | Taalniveau: B1

    de zetel van een monarchale heerser; overdrachtelijk voor de koninklijke of keizerlijke macht

    Voorbeeldzinnen met het woord troon

    • "De nieuwe koningin besteeg de troon na het overlijden van haar vader."
    • "Na jaren strijd veroverde hij uiteindelijk de troon."

    Synoniemen van troon

    Idiomen

    • • de troon bestijgen (monarch worden en het bestuur over een rijk overnemen)
    • • van de troon stoten (een machthebber uit zijn positie verdringen)

    Veelgestelde vragen over troon

    Wat betekent troon?
    de zetel van een monarchale heerser; overdrachtelijk voor de koninklijke of keizerlijke macht
    Op welk taalniveau hoort troon?
    Het woord troon hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van troon?
    Synoniemen van troon zijn: koningstroon, heerserstoel.
    Is troon een de-woord of het-woord?
    Troon is een de-woord: de troon.

    Delen

    Bladeren op letter