Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    trimmen

    werkwoord | Taalniveau: B1

    een plant of heg bijsnoeien

    Voorbeeldzinnen met het woord trimmen

    • "Ze trimmde de heg tot een strakke vorm."
    • "In het najaar trimt de tuinman de struiken."

    Synoniemen van trimmen

    Idiomen

    • • de heg trimmen
    • • de plant trimmen

    Vervoeging van trimmen

    Ik (nu) ik trim
    Hij/zij (nu) hij trimt
    Wij (nu) wij trimmen
    Verleden tijd trimde
    Voltooid deelw. getrimd
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over trimmen

    Wat betekent trimmen?
    een plant of heg bijsnoeien
    Op welk taalniveau hoort trimmen?
    Het woord trimmen hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van trimmen?
    Synoniemen van trimmen zijn: snoeien, bijknippen.
    Hoe vervoeg je trimmen in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je trimmen als volgt: ik ik trim, hij/zij hij trimt, wij wij trimmen.
    Wat is de verleden tijd van trimmen?
    De verleden tijd (enkelvoud) van trimmen is: trimde.
    Wat is het voltooid deelwoord van trimmen?
    Het voltooid deelwoord van trimmen is: getrimd.
    Gebruik je hebben of zijn bij trimmen?
    Bij trimmen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter