Was dit nuttig?
hettreinticket
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: B1
kaartje voor een treinreis
Voorbeeldzinnen met het woord treinticket
- "Hij kocht een treinticket voor de vroege ochtendtrein."
- "Het treinticket is geldig op de dag van vertrek."
Synoniemen van treinticket
Veelgestelde vragen over treinticket
- Wat betekent treinticket?
- kaartje voor een treinreis
- Op welk taalniveau hoort treinticket?
- Het woord treinticket hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van treinticket?
- Synoniemen van treinticket zijn: treinkaart, reisticket.
- Is treinticket een de-woord of het-woord?
- Treinticket is een het-woord: het treinticket.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij treinticket
hetgevaarlijk kruispunt
zelfstandig naamwoord
kruispunt bekend om een hoog aantal verkeersongevallen
dewagen
zelfstandig naamwoord
Auto of kar (formeel).
dereiskosten
zelfstandig naamwoord
de kosten die gemaakt worden voor woon-werkverkeer
derijtest
zelfstandig naamwoord
praktijkexamen voor het rijbewijs
devoertuigregistratie
zelfstandig naamwoord
officiële registratie van een voertuig bij de overheid
debumper
zelfstandig naamwoord
beschermende balk aan de voor- of achterkant van een auto
Gerelateerde taaltips
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt
Voorkomen of verkomen? Zo gebruik je het goed
Leer de 3 betekenissen van voorkomen + een handig ezelsbruggetje