Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    tennissen

    werkwoord | Taalniveau: A2

    een sport spelen waarbij spelers een bal met rackets over een net slaan

    Voorbeeldzinnen met het woord tennissen

    • "Ze tennist al tien jaar en doet mee aan toernooien."
    • "Hij leerde tennissen op de tennisclub in zijn buurt."

    Synoniemen van tennissen

    Idiomen

    • • De bal is in jouw kamp

    Vervoeging van tennissen

    Ik (nu) tennis
    Hij/zij (nu) tennist
    Wij (nu) tennissen
    Verleden tijd tenniste
    Voltooid deelw. getennist
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over tennissen

    Wat betekent tennissen?
    een sport spelen waarbij spelers een bal met rackets over een net slaan
    Op welk taalniveau hoort tennissen?
    Het woord tennissen hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van tennissen?
    Synoniemen van tennissen zijn: tennis spelen.
    Hoe vervoeg je tennissen in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je tennissen als volgt: ik tennis, hij/zij tennist, wij tennissen.
    Wat is de verleden tijd van tennissen?
    De verleden tijd (enkelvoud) van tennissen is: tenniste.
    Wat is het voltooid deelwoord van tennissen?
    Het voltooid deelwoord van tennissen is: getennist.
    Gebruik je hebben of zijn bij tennissen?
    Bij tennissen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter