Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    telefoneren

    werkwoord | Taalniveau: A1

    een telefoongesprek voeren

    Voorbeeldzinnen met het woord telefoneren

    • "Ze telefoneerde een uur lang met haar zus."
    • "Hij telefoneerde met de klantenservice."

    Synoniemen van telefoneren

    Idiomen

    • • aan de telefoon hangen
    • • een telefoontje plegen

    Vervoeging van telefoneren

    Ik (nu) telefoneer
    Hij/zij (nu) telefoneert
    Wij (nu) telefoneren
    Verleden tijd telefoneerde
    Voltooid deelw. getelefoneerd
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over telefoneren

    Wat betekent telefoneren?
    een telefoongesprek voeren
    Op welk taalniveau hoort telefoneren?
    Het woord telefoneren hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van telefoneren?
    Synoniemen van telefoneren zijn: bellen, opbellen.
    Hoe vervoeg je telefoneren in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je telefoneren als volgt: ik telefoneer, hij/zij telefoneert, wij telefoneren.
    Wat is de verleden tijd van telefoneren?
    De verleden tijd (enkelvoud) van telefoneren is: telefoneerde.
    Wat is het voltooid deelwoord van telefoneren?
    Het voltooid deelwoord van telefoneren is: getelefoneerd.
    Gebruik je hebben of zijn bij telefoneren?
    Bij telefoneren gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter