Was dit nuttig?
deteamleider
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: B1
persoon die verantwoordelijk is voor een team
Voorbeeldzinnen met het woord teamleider
- "De teamleider beslist over taakverdeling."
- "Ze is bevorderd tot teamleider."
Synoniemen van teamleider
Veelgestelde vragen over teamleider
- Wat betekent teamleider?
- persoon die verantwoordelijk is voor een team
- Op welk taalniveau hoort teamleider?
- Het woord teamleider hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van teamleider?
- Synoniemen van teamleider zijn: teamcoach.
- Is teamleider een de-woord of het-woord?
- Teamleider is een de-woord: de teamleider.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij teamleider
hetdienstverband
zelfstandig naamwoord
de arbeidsrelatie tussen een werknemer en een werkgever
hetpensioenfonds
zelfstandig naamwoord
organisatie die pensioengeld beheert en uitkeert
dearbeidsvoorwaarden
zelfstandig naamwoord
de afspraken over loon, werktijden, vakantie en andere recht…
deloopbaancoach
zelfstandig naamwoord
coach die begeleidt bij loopbaankeuzes
hetwerkoverleg
zelfstandig naamwoord
regelmatig overleg binnen een afdeling of team
deafdeling
zelfstandig naamwoord
onderdeel van een organisatie met een eigen taak en team
Gerelateerde taaltips
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt
Voorkomen of verkomen? Zo gebruik je het goed
Leer de 3 betekenissen van voorkomen + een handig ezelsbruggetje