Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    tapijten

    werkwoord | Taalniveau: B1

    een vloer bedekken met tapijt

    Voorbeeldzinnen met het woord tapijten

    • "Ze tapijtten de slaapkamer zacht."
    • "Hij tapijtte de trap voor meer veiligheid."

    Idiomen

    • • de vloer tapijten

    Vervoeging van tapijten

    Ik (nu) tapijt
    Hij/zij (nu) tapijt
    Wij (nu) tapijten
    Verleden tijd tapijtte
    Voltooid deelw. getapijt
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over tapijten

    Wat betekent tapijten?
    een vloer bedekken met tapijt
    Op welk taalniveau hoort tapijten?
    Het woord tapijten hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Hoe vervoeg je tapijten in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je tapijten als volgt: ik tapijt, hij/zij tapijt, wij tapijten.
    Wat is de verleden tijd van tapijten?
    De verleden tijd (enkelvoud) van tapijten is: tapijtte.
    Wat is het voltooid deelwoord van tapijten?
    Het voltooid deelwoord van tapijten is: getapijt.
    Gebruik je hebben of zijn bij tapijten?
    Bij tapijten gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter