Was dit nuttig?
tapijten
werkwoord | Taalniveau: B1
een vloer bedekken met tapijt
Voorbeeldzinnen met het woord tapijten
- "Ze tapijtten de slaapkamer zacht."
- "Hij tapijtte de trap voor meer veiligheid."
Idiomen
- • de vloer tapijten
Vervoeging van tapijten
| Ik (nu) | tapijt |
| Hij/zij (nu) | tapijt |
| Wij (nu) | tapijten |
| Verleden tijd | tapijtte |
| Voltooid deelw. | getapijt |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over tapijten
- Wat betekent tapijten?
- een vloer bedekken met tapijt
- Op welk taalniveau hoort tapijten?
- Het woord tapijten hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Hoe vervoeg je tapijten in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je tapijten als volgt: ik tapijt, hij/zij tapijt, wij tapijten.
- Wat is de verleden tijd van tapijten?
- De verleden tijd (enkelvoud) van tapijten is: tapijtte.
- Wat is het voltooid deelwoord van tapijten?
- Het voltooid deelwoord van tapijten is: getapijt.
- Gebruik je hebben of zijn bij tapijten?
- Bij tapijten gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij tapijten
detafel
zelfstandig naamwoord
Meubel met een plat blad waaraan je kunt zitten en eten
hetvenster
zelfstandig naamwoord
Raam (formeel).
dekamer
zelfstandig naamwoord
Afgebakende ruimte in een huis of gebouw
delift
zelfstandig naamwoord
apparaat om mensen van verdieping te wisselen
dehuur
zelfstandig naamwoord
geldbedrag dat je betaalt om ergens te wonen
dehypotheek
zelfstandig naamwoord
lening om een huis te kopen
Gerelateerde taaltips
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt
Voorkomen of verkomen? Zo gebruik je het goed
Leer de 3 betekenissen van voorkomen + een handig ezelsbruggetje