Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    surfen

    werkwoord | Taalniveau: A2

    op een plank op golven rijden

    Voorbeeldzinnen met het woord surfen

    • "Hij surft op de golven bij het strand."
    • "Ze leert surfen in de zomer."

    Synoniemen van surfen

    Idiomen

    • • Surfen op het succes
    • • Op de golven meerijden

    Vervoeging van surfen

    Ik (nu) surf
    Hij/zij (nu) surft
    Wij (nu) surfen
    Verleden tijd surfte
    Voltooid deelw. gesurft
    Hulpwerkwoord hebben/zijn

    Veelgestelde vragen over surfen

    Wat betekent surfen?
    op een plank op golven rijden
    Op welk taalniveau hoort surfen?
    Het woord surfen hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van surfen?
    Synoniemen van surfen zijn: golfsurfen.
    Hoe vervoeg je surfen in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je surfen als volgt: ik surf, hij/zij surft, wij surfen.
    Wat is de verleden tijd van surfen?
    De verleden tijd (enkelvoud) van surfen is: surfte.
    Wat is het voltooid deelwoord van surfen?
    Het voltooid deelwoord van surfen is: gesurft.
    Gebruik je hebben of zijn bij surfen?
    Bij surfen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben/zijn".

    Delen

    Bladeren op letter