Was dit nuttig?
destrook
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: B1
1zelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1
een smalle, langwerpige strook van land, stof, papier of een ander materiaal
Voorbeeldzinnen met het woord strook
- "Ze knipte een strook papier af langs de rand van het vel."
- "Een smalle strook grond langs de spoorlijn lag braak."
2zelfstandig naamwoord| Taalniveau: B1
een geprinte opgave van salaris en inhoudingen die werknemers maandelijks ontvangen
Voorbeeldzinnen met het woord strook
- "Op zijn loonstrook stond dat er meer belasting was ingehouden dan verwacht."
- "De bank vroeg om drie maanden loonstroken als bewijs van inkomen."
Synoniemen van strook
Veelgestelde vragen over strook
- Wat betekent strook?
- een smalle, langwerpige strook van land, stof, papier of een ander materiaal
- Op welk taalniveau hoort strook?
- Het woord strook hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van strook?
- Synoniemen van strook zijn: reep, lint.
- Is strook een de-woord of het-woord?
- Strook is een de-woord: de strook.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij strook
deklomp
zelfstandig naamwoord
een schoen gemaakt van hout, traditioneel in Nederland
hetteken
zelfstandig naamwoord
iets wat wijst op of verwijst naar iets anders
deduidelijkheid
zelfstandig naamwoord
de eigenschap van iets wat helder en begrijpelijk is
dedreun
zelfstandig naamwoord
een harde, zware klap of een eentonig, bonkend geluid
hettijdstip
zelfstandig naamwoord
een bepaald moment op de dag
dedwerg
zelfstandig naamwoord
een buitengewoon klein menselijk wezen; ook: een fantasiewez…
Gerelateerde taaltips
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt
Voorkomen of verkomen? Zo gebruik je het goed
Leer de 3 betekenissen van voorkomen + een handig ezelsbruggetje