Was dit nuttig?
strak
bijvoeglijk naamwoord | Taalniveau: B1
stijf gespannen, strak passend of strikt zonder ruimte voor afwijking
Voorbeeldzinnen met het woord strak
- "De touwbrug hing strak tussen de twee bomen gespannen."
- "Hij had een strak schema en week er nooit van af."
Idiomen
- • Strak in het pak
- • Een strakke planning
- • Een strakke lijn trekken
Veelgestelde vragen over strak
- Wat betekent strak?
- stijf gespannen, strak passend of strikt zonder ruimte voor afwijking
- Op welk taalniveau hoort strak?
- Het woord strak hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van strak?
- Synoniemen van strak zijn: gespannen, stijf.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij strak
stijf
bijvoeglijk naamwoord
niet buigzaam, star of moeizaam bewegend; ook: formeel en ge…
gereed
bijvoeglijk naamwoord
volledig klaar en in staat om direct te beginnen of te worde…
achteruit
bijwoord
in de richting naar achteren; in omgekeerde bewegingsrichtin…
depijp
zelfstandig naamwoord
een buis of koker voor het transport van vloeistoffen of gas…
terug
bijwoord
in de richting van de beginplaats of een eerder punt; ook: o…
delast
zelfstandig naamwoord
iets zwaars dat gedragen wordt; ook: een moeilijkheid, zorg …
Gerelateerde taaltips
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt
Voorkomen of verkomen? Zo gebruik je het goed
Leer de 3 betekenissen van voorkomen + een handig ezelsbruggetje