Was dit nuttig?
desimulator
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: B1
apparaat dat een echte situatie nabootst voor training
Voorbeeldzinnen met het woord simulator
- "Piloten oefenen noodlandingen in een vluchtsimulator."
- "De simulator helpt nieuwe chauffeurs veilig te leren rijden."
Synoniemen van simulator
Veelgestelde vragen over simulator
- Wat betekent simulator?
- apparaat dat een echte situatie nabootst voor training
- Op welk taalniveau hoort simulator?
- Het woord simulator hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van simulator?
- Synoniemen van simulator zijn: rijsimulator, trainingsapparaat.
- Is simulator een de-woord of het-woord?
- Simulator is een de-woord: de simulator.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij simulator
hetgevaarlijk kruispunt
zelfstandig naamwoord
kruispunt bekend om een hoog aantal verkeersongevallen
dewagen
zelfstandig naamwoord
Auto of kar (formeel).
dereiskosten
zelfstandig naamwoord
de kosten die gemaakt worden voor woon-werkverkeer
derijtest
zelfstandig naamwoord
praktijkexamen voor het rijbewijs
devoertuigregistratie
zelfstandig naamwoord
officiële registratie van een voertuig bij de overheid
debumper
zelfstandig naamwoord
beschermende balk aan de voor- of achterkant van een auto
Gerelateerde taaltips
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt
Voorkomen of verkomen? Zo gebruik je het goed
Leer de 3 betekenissen van voorkomen + een handig ezelsbruggetje