Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    desimulator

    zelfstandig naamwoord | Taalniveau: B1

    apparaat dat een echte situatie nabootst voor training

    Voorbeeldzinnen met het woord simulator

    • "Piloten oefenen noodlandingen in een vluchtsimulator."
    • "De simulator helpt nieuwe chauffeurs veilig te leren rijden."

    Synoniemen van simulator

    Veelgestelde vragen over simulator

    Wat betekent simulator?
    apparaat dat een echte situatie nabootst voor training
    Op welk taalniveau hoort simulator?
    Het woord simulator hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van simulator?
    Synoniemen van simulator zijn: rijsimulator, trainingsapparaat.
    Is simulator een de-woord of het-woord?
    Simulator is een de-woord: de simulator.

    Delen

    Bladeren op letter